woensdag 2 maart 2011

Wat opvalt in de inspraakronde.

Dinsdagavond 1 maart grepen 50 (!)  insprekers de kans om in 3 minuten te reageren op de bezuinigingsvoorstellen. Eerst de culturele sector, die ik helaas niet kon bijwonen  en vervolgens de sector zorg, welzijn en maatschappelijk werk, waaraan ik meedeed.
Ik beluister deze bijdragen natuurlijk vanuit onze praktijk, heel anders dan de raadsleden die zich een beeld moeten vormen om uiteindelijk keuzes te maken, maar wellicht dienen mijn observaties wel tot doel om te verhelderen zodat er een goede afweging gemaakt kan worden.
Door veel professionele en vrijwilligersorganisaties wordt hulp of steun verleend aan mensen die onvoldoende zelfredzaam zijn en/of die meer ondersteuning nodig hebben om succesvol te worden. Bij die laatste categorie veel allochtone zelforganisaties. Ik weet zeker dat mensen graag kiezen door wie zij zich laten “helpen” en dat de drempel laag is:  mensen die hun taal spreken, geen vrees dat er ingegrepen wordt (sociale dienst, leerplicht  of jeugdzorg!) als je woorden verkeerd geïnterpreteerd worden.
Tegelijk is  al dit  waardevolle en goedbenutte aanbod wel erg versnipperd georganiseerd, kost het veel gemeentelijke inzet om met iedereen prestatie- of subsidieafspraken te maken.
Ik pleit er voor om veel meer verbindingen te maken vanuit de professionele organisaties met de vrijwilligersorganisaties.  Professionals in het veld kunnen deskundigheid en continuïteit bieden waar de vrijwilligersorganisaties vast lopen of teveel privé betrokken raken. Dit laatste is echt een belangrijk signaal voor iedereen die gelooft in HOF 2.0: laat de burgers het maar oplossen, samen met bedrijfsleven . Ja, als het leuk is, energie en waardering oplevert, is het heel goed als burgers aan zet zijn. Maar aan de burger laat je geen oplossing voor complexe problematiek achter de voordeur over. Ook aan hen niet vragen of  zij de communicatie met instellingen,  verschillende gemeenteafdelingen , projectleiders,  over een specifiek onderwerp in de leefomgeving wel  even voor hun rekening nemen. Nee, voor deze taken bestaan professionele organisaties. Wel belangrijk dat de medewerkers weten hoe ze met de juiste instelling samenwerking zoeken met de vrijwilligers organisatie.
De gemeente stimuleert de trits van burgers, vrijwilligersorganisatie en professionele organisaties (van welzijn, maatschappelijk werk tot gespecialiseerde zorg) en kan zo vele malen efficiënter werken en bovendien effectiever.   Wijkgericht welzijn kan zeker een rol spelen om verbindingen te leggen en te zorgen dat alle waardevolle spelers in beeld zijn en niet allemaal hetzelfde doen.
Een andere observatie betreft de huur. De gemeente Haarlem incasseert via vastgoed maandelijks heel veel huurpenningen uit het maatschappelijk vastgoed. Kleine (vrijwilligers)organisaties betalen veelal hun hele subsidiebudget aan huur direct aan Vastgoed, aan Mondiaal Centrum, aan Dock of Haarlem Effect. Daarnaast betalen de huurders jaarlijks allerlei heffingen aan de gemeente,  gebaseerd op de WOZ waarde van de panden.  Sinds dit jaar betalen wij voor de peuterspeelzalen extra huur aan de scholen voor de investeringslasten, die de scholen  moeten afdragen aan de gemeente. Zelf facturen de scholen dan de vergoeding voor de exploitatiekosten. Annelies Zoomers (SSP) en ondergetekende hebben geconstateerd dat er vanaf dit jaar  zomaar structureel € 130.000  per jaar extra binnen komt bij de gemeente, afdeling onderwijshuisvesting.
En als we nu als welzijns- ,cultuur- en maatschappelijke organisaties besluiten om de (danig) gekorte subsidie geheel te besteden aan de activiteiten en de doelgroepen, wat zou er dan gebeuren met de gemeentelijke begroting? In ieder geval lijkt me een verlaging van de huurtarieven met het percentage waarmee wij zelf gekort worden geheel op zijn plaats..
Tot spoedig, hopelijk met meer creatieve oplossingen..
Veronique

Geen opmerkingen:

Een reactie posten